In hoofdstuk 1 komt de beleidsbegroting aan de orde. Deze bestaat naast de bestuurlijke inleiding en het financieel perspectief uit de onderdelen:

  • Het programmaplan;
  • De paragrafen.

Het programmaplan

Het programmaplan bestaat uit elf programma's en het hoofdstuk Algemene Dekkingsmiddelen. Alle programma's beginnen met het maatschappelijke effect van het programma en de programmaopbouw.

Taakvelden

De programma's zijn opgebouwd uit taakvelden. Voor ieder taakveld is een doelenboom opgenomen. In de doelenboom is beschreven: 1) welke doelen worden gerealiseerd, 2) welke activiteiten daaraan bijdragen, 3) welke indicatoren worden gehanteerd en 4) welke financiële middelen worden ingezet.

Indicatoren / Beleidskader / Partners

Na de doelenbomen volgt een overzicht van de indicatoren. Vervolgens komt in het onderdeel: Wettelijk en/of beleidskader, het kader terug dat is vastgelegd. Daarna wordt in het onderdeel Partners aangegeven welke partners betrokken zijn bij het betreffende programma. Aansluitend worden de (beleids)ontwikkelingen van de Verbonden Partijen - die onder het betreffende programma vallen - beschreven.

Overzicht baten en lasten en analyse

In de eerste tabel onder “wat mag het programma kosten” zijn de lasten en baten van het bestaande beleid opgenomen. Dat betekent de voortzetting van het beleid uit de begroting 2016 (inclusief wijzigingen) en de uitwerking van de kaders, richtlijnen en uitgangspunten zoals die door de raad zijn vastgesteld in de perspectiefnota 2017-2020. Dit geheel wordt de primitieve begroting genoemd.
Deze tabel wordt gevolgd door een analyse van de grotere verschillen in deze tabel.
Wanneer er bij een programma nieuw beleid of wijzigingen in bestaand beleid op de primitieve begroting zijn dat treft u dit onder het kopje “nieuw” de budgetaanpassingen aan. De budgetaanpassingen zijn voorzien van een toelichting.

De paragrafen

De paragrafen bevatten de beleidsuitgangspunten van beheersmatige activiteiten en lokale heffingen en vallen daarom onder de beleidsbegroting. Via de paragrafen kan de gemeenteraad ook de beleidsuitgangspunten vaststellen. De overeenkomst tussen de paragrafen is dat ze dwarsdoorsneden van de begroting geven.
De paragraaf lokale heffingen is voor 2017 aangepast aan de aangepaste eisen.

Wijzigingen Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) per 1.1.2017

De begroting 2017 is ingericht volgens het nieuwe BBV, dat vanaf 1.1.2017 van kracht is. Hieronder worden de wijzigingen uiteengezet en de worden de effecten voor de begroting aangegeven.

Aanleiding

De wijzigingen van het BBV komen voort uit adviezen van de commissie Depla en beogen onder andere het volgende:

  • Versterking van de kader stellende en controlerende taak van de raad;
  • Verbetering van vergelijkbaarheid tussen gemeenten.

Wijzigingen

De wijzigingen richten zijn op de volgende onderdelen:

  1. Taakvelden;
  2. Beleidsindicatoren;
  3. Kosten van overhead;
  4. Verbonden partijen;
  5. Financiële kengetallen en geprognostiseerde balans;
  6. Vervallen onderscheid investeringen met economisch en maatschappelijk nut;
  7. Rentetoerekening.
  1. Taakvelden

Vanaf de begroting 2017 zijn taakvelden wettelijk verplicht. Er zijn 50 taakvelden. De activiteiten die een gemeente uitvoert zijn ondergebracht in deze taakvelden.
Deze taakvelden komen in de plaats van de (beleids)producten. De programma-indeling blijft ongewijzigd. De taakvelden zijn verdeeld over de programma’s. Er is naar gestreefd om de taakvelden niet over meerdere progamma’s te verdelen dit is op een tweetal taakvelden na gelukt.
De (beleids)producten komen niet 1:1 overeen met de taakvelden. Er zijn hierdoor aanpassingen in de begroting 2017. Bij de aanpassingen kan gedacht worden aan:

  • meerdere (beleids)producten vallen onder één taakveld;
  • (beleids)producten moeten gesplitst worden over verschillende taakvelden.

Om deze wijzigingen inzichtelijk te maken is bij elk programma een tabel opgenomen waarin per taakveld is aangegeven uit welke (beleids)producten het taakveld is samengesteld. De cijfers over 2015 (werkelijkheid) en 2016 (begroting) zijn ook aangepast naar de nieuwe indeling. De cijfers zijn hierdoor vergelijkbaar. De vergelijkbaarheid gaat spaak door de wijziging van de doorberekening van overhead en de rentetoerekening. Op deze onderwerpen wordt hierna teruggekomen.

  1. Beleidsindicatoren

Er zijn 39 indicatoren die voor alle gemeenten zijn voorgeschreven. Deze indicatoren moeten in elke begroting en jaarrekening terugkomen. Deze indicatoren zijn openbaar en worden ontsloten via de website waarstaatjegemeente.nl.
Per indicator is aangegeven: cijfers van de gemeente Culemborg, cijfers van gemeenten met tussen de 25.000 en 50.000 inwoners, jaar van laatste meting en bron. Daarnaast is daar waar mogelijk een streefcijfer opgenomen voor 2017. Hier is nog geen meerjarenperspectief aangekoppeld, omdat de indicatoren nieuw zijn en er eerst ervaring moet worden opgedaan met deze indicatoren.
Daarnaast is er kritisch gekeken naar de huidige indicatoren. Waar er sprake is van overlap met de verplichte indicatoren of waar er geen sprake is van een meerwaarde van de indicator zijn deze niet meer opgenomen in de begroting.

  1. Kosten van overhead

Overheadkosten zijn kosten die niet direct toegerekend kunnen worden aan een programma in de begroting. Voorbeelden hiervan zijn huisvesting, ICT, personeelszaken en financiën, communicatie en juridische zaken.
In de begroting 2016 werden de overheadkosten verdeeld over alle programma’s. In elk programma zat dus een component overhead. Met ingang van 2017 zijn alle overheadkosten verantwoord op het taakveld “Overhead” (onderdeel van het programma algemene dekkingsmiddelen).
Door deze verschuiving is er geen goede vergelijking meer mogelijk tussen de cijfers van 2017 tot en met 2020 met de cijfers over 2015 en 2016.

  1. Verbonden partijen

Informatie over verbonden partijen, met betrekking tot de belangrijkste ontwikkelingen, moet vanaf 2017 worden opgenomen in de programma’s waarvoor de verbonden partij werkt.

  1. Financiële kengetallen en geprognostiseerde balans

In de begroting 2016 zijn voor het eerst financiële kengetallen opgenomen. Vanaf 2017 is daar de plicht bijgekomen om ook een geprognosticeerde balans op te nemen. Doel hiervan is om de raad meer inzicht te geven in de ontwikkeling van onder meer investeringen, reserves en voorziening en in de financieringsbehoefte.

  1. Vervallen onderscheid investeringen met economisch en maatschappelijk nut

Conform de huidige regels wordt er een onderscheid gemaakt tussen investeringen met een economisch nut en investeringen met maatschappelijk nut (bijvoorbeeld wegen, bruggen, openbaar groen, e.d.). Investeringen met een economisch nut moeten worden geactiveerd, bij investeringen met maatschappelijk nut is de voorkeur om dat niet te doen. In de nieuwe voorschriften komt het onderscheid te vervallen en moeten alle (nieuwe) investeringen geactiveerd worden en afgeschreven over de verwachte levensduur. In Culemborg werden alle investeringen al geactiveerd. De wijziging heeft geen effect voor de begroting.

  1. Rentetoerekening

De commissie BBV heeft een afzonderlijke notitie opgesteld over dit onderwerp. De invoering van deze notitie is verplicht vanaf 1.1.2018. Er is voor gekozen om de notitie al vanaf de begroting 2017 te verwerken. Hiermee wordt voorkomen dat voor de begroting 2018 er weer sprake is van een stelselwijziging, waardoor de vergelijkbaarheid van de cijfers met voorgaande weer niet te maken is.
Vanaf de begroting 2017 is alleen de verwachte werkelijk te betalen rente opgenomen. Rente over eigen vermogen (zogenaamde bespaarde rente) is vervallen. Hierdoor wordt er minder rente toegerekend aan de verschillende programma’s. Het gevolg hiervan is dat er geen goede vergelijking meer mogelijk is tussen de cijfers van 2017 tot en met 2020 met de cijfers over 2015 en 2016.

Online begroting

De begroting is in 2017 voor het eerst online beschikbaar. De toegankelijkheid van de begroting wordt hiermee verbeterd. Daarnaast biedt de online versie de mogelijkheid om onderliggende documenten direct te raadplegen, hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan beleidsnotities.
In hoofdstuk 2 komt de financiële begroting aan de orde.