Financieel perspectief

In dit financieel perspectief wordt ingegaan op de uitkomst van de begroting 2017 en de meerjarenraming 2018-2020. Het startpunt voor de begroting 2017 is de stand van de begroting na de voorjaarsrapportage 2016. Vervolgens zijn de bestaande kaders en de begrotingsrichtlijnen en uitgangspunten uit de perspectiefnota op de cijfers toegepast. De structurele effecten uit de najaarsrapportage 2016 en de perspectiefnota 2017 zijn ook van invloed op het uiteindelijke financiële perspectief.
In dit hoofdstuk wordt de uitkomst van de begroting 2017 toegelicht; dit betekent dat niet nader wordt ingegaan op de verwerking van de budgetaanpassingen uit de najaarsrapportage 2016.

Meerjarige financiële ontwikkeling 2017 - 2020

Het begrotingssaldo 2017 en de meerjarenbegroting 2018 – 2020 bestaan uit de volgende onderdelen:

  • de primitieve begroting
  • de verwerking van de perspectiefnota 2017 – 2020
  • de verwerking van de najaarsrapportage 2016

Bedragen x € 1.000

Omschrijving

2017

2018

2019

2020

Saldo vastgestelde voorjaarsrapportage 2016

152

-63

-247

-75

Aanpassingen primitieve begroting 2017

41

211

-11

-120

Saldo primitieve begroting 2017

193

148

-258

-195

Budgetaanpassingen perspectiefnota 2017-2020

-81

-64

-30

0

Financieel perspectief na perspectiefnota 2016

112

84

-288

-195

Budgetaanpassingen najaarsrapportage 2016

84

-227

-230

-189

Financieel perspectief na najaarsrapportage 2016

196

-143

-518

-384

Budgetaanpassingen opstellen begroting 2017

-120

-120

-120

-119

Afronding

1

-1

1

1

Financieel perspectief begroting 2017

77

-264

-637

-502

Wet- en regelgeving schrijven voor dat het begrotingssaldo wordt gesplitst in een saldo van baten en lasten en de mutaties op de reserves. Hieronder is die splitsing opgenomen.

Bedragen x € 1.000

Omschrijving

2017

2018

2019

2020

Saldo van baten en lasten primitieve begroting

-2.791

-1.455

-1.361

-1.279

Stortingen reserves primitieve begroting

115

115

115

91

Onttrekkingen reserves primitieve begroting

3.100

1.718

1.218

1.176

Afronding

-1

-1

Saldo primitieve begroting 2017

193

148

-258

-195

Primitieve begroting

De door de raad vastgestelde kaders, richtlijnen en uitgangspunten zijn de basis voor de opstelling van de begroting. Deze kaders zijn opgenomen in de perspectiefnota 2017-2020. De belangrijkste uitgangspunten van deze begroting zijn opgenomen in paragraaf Uitgangspunten van deze begroting.
Daarnaast zijn ook de kaders die worden gesteld vanuit de provincie Gelderland van belang. De provincie schrijft onder andere voor dat de begroting 2017 gebaseerd moet zijn op de meicirculaire 2016 van het gemeentefonds.
Wanneer alle kaders worden toegepast dan resulteert dit in een mutatie op het saldo van de begroting na de voorjaarsrapportage van:

Bedragen x € 1.000

Omschrijving

2017

2018

2019

2020

Mutatie primitieve begroting

41

211

-11

-120

De mutatie wordt door verschillende factoren veroorzaakt. Onderstaand is een en ander meer in detail en meerjarig weergegeven.

Bedragen x € 1.000

Omschrijving

2017

2018

2019

2020

Financiering

216

211

77

112

Algemene uitkering

-208

63

-3

-108

Salarissen en sociale lasten

-102

-97

-99

-153

Doorbelasting naar grondexploitaties

89

85

85

85

OZB

57

57

64

96

Inflatie

-31

-31

-31

-31

Taakveld riolering

19

-78

-104

-119

Afronding

1

1

-2

Totaal verschil

41

211

-11

-120

Financiering
Elk jaar wordt bij de begroting opnieuw bepaald wat de rentelasten zijn. In de perspectiefnota 2017 is bepaald dat voor 2017 en 2018 over het financieringstekort 1,5% rente wordt berekend. Dit wijkt af van de voorgaande jaren en heeft een positief effect op het saldo. Naast het gewijzigde rentepercentage worden ook de doorgeleende middelen aan de CV Parijsch op een andere manier in de begroting verwerkt. Er is nu sprake van een opslagpercentage van 0,25% wat een voordeel is ten opzichte van de eerdere werkwijze. Voorheen werden deze doorgeleende middelen budgetneutraal opgenomen.
Algemene uitkering
De stand van de algemene uitkering zoals deze in de primitieve begroting is opgenomen is inclusief de verwerking van de meicirculaire 2016 en de kerngegevens zoals deze zijn opgenomen in de perspectiefnota 2017-2020. Over de financiële gevolgen van de meicirculaire 2016 bent u eerder geïnformeerd (informatienotitie van 29 juni 2016).
Over het algemeen stijgt de Algemene uitkering in de meicirculaire, hiermee worden gemeenten gecompenseerd voor inflatie en stijging van de loonkosten. Deze zaken dienen dus altijd in samenhang te worden bezien. De laatste jaren is de ontwikkeling van de algemene uitkering conform de meicirculaire lang niet altijd voldoende om de inflatie en de loonkostenontwikkeling op te vangen.
Hierna worden de uitkomsten van de meicirculaire kort toegelicht

Bedragen x € 1.000

Omschrijving

2017

2018

2019

2020

Algemene uitkering na meicirculaire 2016

38.505

38.697

38.671

38.753

Algemene uitkering na voorjaarsrapportage 2016

38.232

38.011

38.025

38.200

Verschil in uitkering

273

686

646

554*

* In dit saldo zit een afrondingsverschil
Conform bestaand beleid worden extra middelen voor nieuwe taken gereserveerd en hebben zij geen effect op het begrotingssaldo. Ook kortingen die samenhangen met een verandering in taken hebben geen effect op het saldo omdat de budgetten evenredig worden verlaagd. In de meicirculaire 2016 wordt de decentralisatie-uitkering Huishoudelijke hulp vanaf 2017 voortgezet en er worden middelen beschikbaar gesteld voor voorschoolse voorziening voor peuters. Deze middelen worden gereserveerd. Daarnaast worden de budgetten binnen het sociaal domein verhoogd als gevolg van de hogere integratie-uitkering die we voor het sociaal domein ontvangen.
De volgende reserveringen en taakstellingen vloeien voort uit de meicirculaire 2016:

Bedragen x € 1.000

Omschrijving

2017

2018

2019

2020

Reserveringen algemeen deel

-148

-163

-178

-208

Reserveringen sociaal domein

-333

-460

-471

-454

Totaal

-481

-623

-649

-662

Per saldo heeft de verwerking van de meicirculaire 2016 het volgende effect op het begrotingssaldo:

Bedragen x € 1.000

Omschrijving

2017

2018

2019

2020

Verschil in uitkering

273

686

646

554

Reserveringen

-481

-623

-649

-662

Totaal

-208

63

-3

-108

Het negatieve effect voor 2017 wordt grotendeels veroorzaakt door een verlaging van het accres als gevolg van het Uitwerkingsakkoord Verhoogde Asielinstroom.
Salarissen en sociale lasten
Bij de opstelling van de begroting 2017 is rekening gehouden met de laatste CAO afspraken.
Doorbelasting naar grondexploitaties
In de begroting 2017 worden meer lasten doorbelast naar de grondexploitatie. De basis voor de doorbelastingen naar de grondexploitatie is de laatste realisatie, in dit geval 2015. Het BBV schrijft met ingang van 2017 een andere verwerking van overhead voor. Waar in het verleden de overhead over alle producten werden verdeeld, moet nu alle overhead op één taakveld worden verzameld. Vanuit dit taakveld mag vervolgens een evenredig deel naar de grondexploitatie worden doorberekend. Omdat volgens de nieuwe definitie meer onder de noemer overhead valt, is ook het deel dat terecht komt op de grondexploitatie groter.
OZB
De inkomsten OZB zijn opnieuw berekend op basis van de meest recente gegevens over WOZ-waarde en aantallen.
Inflatie
Conform de begrotingsrichtlijnen zoals deze zijn opgenomen in de perspectiefnota
2017 – 2020 is voor 2017 rekening gehouden met een prijsstijging (inflatie) van 0,15% op zowel de baten als de lasten van de prijsgevoelige budgetten. Per saldo levert dit een extra last in de begroting op van € 31.000.
Taakveld riolering
Bij elke begroting dient beoordeeld te worden of het taakveld riolering kostendekkend in de begroting is opgenomen. Wanneer de inkomsten hoger zijn dan de lasten, dient het verschil te worden toegevoegd aan de egalisatievoorziening rioleringen. Bij hogere lasten geldt dat het verschil wordt onttrokken aan de voorziening. Vanwege de wijzigingen in het BBV worden er minder rentelasten doorberekend aan het taakveld riolering. Aangezien de kapitaallasten (in combinatie met de lasten van toekomstige investeringen) door de jaren heen oplopen, loopt het negatieve effect van het renteaandeel ook op.

Budgetaanpassingen perspectiefnota 2017 - begroting 2017

Vanuit de perspectiefnota 2017 worden de volgende budgetaanpassingen gedaan.

Bedragen x € 1.000

Budgetaanpassingen:

2017

2018

2019

2020

ES-1

Uitvoeringsprogramma Actieplan binnenstad:

  • project 1 Inrichting Markt
  • project 2 Groene binnenstad

-51
-30

-34
-30

-
-30

-
-

Effect begroting

-81

-64

-30

-

Vanuit het opstellen van de begroting 2017 worden de volgende voorstellen tot aanpassing van de cijfers gedaan.

Bedragen x € 1.000

Budgetaanpassingen:

2017

2018

2019

2020

ES-1

Bijdrage Regionaal InvesteringsFonds

-83

-83

-83

-83

VV-1

Verkeers- en fietsknelpunten

-35

-35

-35

-35

AD-1

Kostendekkendheid leges en heffingen

-3

-2

-2

-2

Afronding

1

1

Effect begroting

-120

-120

-120

-119