Uitgangspunten van deze begroting

Kerngegevens

Voor het opstellen van de Perspectiefnota en de begroting 2017 is een aantal gegevens van belang. Het gaat hierbij om de kerngegevens die van invloed zijn op de berekening van de groei gerelateerde budgetten zoals de belastingopbrengsten en de algemene uitkering.
In onderstaande tabel zijn de van toepassing zijnde kerngegevens per 1 januari van het betreffende jaar opgenomen. Voor leerlingen geldt als peildatum 1 oktober van het voorgaande jaar (dus voor het jaar 2016 geldt het aantal leerlingen per 1 oktober 2015).

Gegeven

2017

2018

2019

2020

WOZ-waarde woningen*

2.591.571

2.609.371

2.634.371

2.659.371

WOZ-waarde niet-woningen* eigenaren

497.202

497.202

497.202

497.202

WOZ-waarde niet-woningen* gebruiker

417.965

417.965

417.965

417.965

Aantal inwoners

27.863

28.067

28.354

28.641

Aantal jongeren (< 20 jaar)

6.474

6.464

6.445

6.424

Aantal ouderen (> 64 jaar)

4.722

4.843

4.959

5.074

Aantal ouderen (75-85 jaar)

1.306

1.335

1.379

1.429

Aantal woonruimten

12.155

12.244

12.369

12.494

Aantal huishoudens

11.959

12.048

12.173

12.298

Aantal uitkeringsgerechtigden WWB

550

539

528

517

Aantal uitkeringsgerechtigden IOAW

30

30

30

30

Aantal uitkeringsgerechtigden IOAZ

4

4

4

4

Aantal leerlingen VO

4.017

4.021

3.950

3.844

Aantal leerlingen (V)SO

193

191

190

189

Mutatie woningvoorraad

89

125

125

125

Gemiddelde woningbezetting

2,3

2,3

2,3

2,3

Gemiddelde woningwaarde

200.000

200.000

200.000

200.000

*maal € 1.000. Betreft de waardepeildatum 01-01-2016, de waardemutatie in 2016 is hierin dus nog niet meegenomen. Voor de vaststelling van de tarieven voor 2017 wordt uiteraard de waarde op waardepeildatum 01-01-2016 gehanteerd.

Overige uitgangspunten van deze begroting

  1. Deze begroting is opgesteld volgens de nieuwe voorschriften uit het ’Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten’ (BBV) welke vanaf 1 januari 2017 van kracht zijn.
  2. Het financieel meerjarenperspectief 2017 – 2020 is gebaseerd op het verwachte prijspeil per 1 januari 2017. De bedragen van de jaarrekening 2015 en de begroting 2016 zijn gebaseerd op de toenmalige prijspeilen.
  3. De prijsgevoelige budgetten (exclusief salarissen en sociale lasten) zijn verhoogd met 0,15%. De baten van leges/rechten/retributies zijn met hetzelfde percentage verhoogd.
  4. De opbrengsten voor de OZB, hondenbelasting, marktgelden en precariobelastingen (exclusief op kabels en leidingen) worden trendmatig verhoogd met 0,15%. De tarieven voor parkeerbelasting, toeristenbelasting en precariobelastingen op kabels en leidingen worden beleidsmatig bepaald. De tarieven van de rioolheffing, afvalstoffenheffing (verzorgd door Regio Rivierenland/AVRI), lijkbezorgingrechten, en algemene leges worden op basis van kostendekkendheid vastgesteld.
  5. De salarislasten zijn berekend op basis van de werkelijke functieschalen en periodieken per 1 juni 2017.
  6. De interne rekenrente bedraagt 1,5% (zie ook de paragraaf financiering).
  7. Rentepercentages grondexploitatie bedraagt 1,5%. Dit geldt zowel als de grondexploitatie leent van de algemene dienst, als wanneer de algemene dienst leent van de grondexploitatie.
  8. Voor de renteberekening van het financieringstekort is rekening gehouden met een rente van 1,5% voor 2017 en 2018. Voor de jaren 2019 en verder wordt 2% gehanteerd.
  9. De berekening van de algemene uitkering uit het gemeentefonds is gebaseerd op de meicirculaire 2016.