Het EMU-saldo

Vanuit Europese begrotingsregels hebben het Rijk en de decentrale overheden een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het voldoen aan de Europese begrotingseisen. In Nederland zijn deze verantwoordelijkheden verankert in de Wet Houdbare Overheidsfinanciën (Wet HOF). Het EMU- saldo is een belangrijke parameter voor de beheersing van overheidsfinanciën.
Genoemde gezamenlijke inspanningsplicht krijgt voor de gemeenten vorm in een doorvertaling van de macronorm naar het individueel niveau voor lokale overheden. Dit gebeurt middels een individuele EMU-referentiewaarde. Dit betreft geen norm, maar een indicatie van het aandeel dat een gemeente op basis van zijn begrotingstotaal in de gezamenlijke tekortnorm heeft.
Het CBS is verantwoordelijk voor het opstellen van het EMU- saldo van Nederland en daarmee ook voor het EMU- saldo van decentrale overheden. Het CBS doet een aantal correcties op het exploitatiesaldo en balansmutaties van de decentrale overheden om te komen tot hun EMU- saldo. Het EMU- saldo op macro- niveau is het totaal aan inkomsten min de uitgaven van de Rijksoverheid,
sociale fondsen en lokale overheden (gemeenten). Gemeenten sturen niet op basis van het kasstelsel (inkomsten en uitgaven) maar op basis van het stelsel van baten en lasten. Bij de berekening van het EMU-saldo wordt de begroting gepresenteerd op basis van het kasstelsel.
Onderstaand overzicht is conform het door het CBS c.q. Bureau Kredo voorgeschreven invulmodel, over het voorafgaande jaar, het actuele jaar en het volgende jaar.

Het begrote EMU-saldo in 2017 bedraagt € 5.630.000 Een positief saldo betekent een overschot. Culemborg blijft in 2017 dus binnen de individuele referentiewaarde.